Bijna twee derde van de Nederlandse
55-plussers (63 procent) voelt zich nauwelijks of helemaal niet gehoord door de
overheid als het gaat om woonproblemen van ouderen.
Slechts 7 procent ervaart
zich wel volledig gehoord. Van wie zich ooit inschreef voor een
seniorenwoning, staat inmiddels 39 procent al langer dan vijf jaar op de
wachtlijst. Dat blijkt uit onderzoek van Smienk, uitgevoerd onder 500 Nederlandse 55-plussers.
Wachtlijsten van jaren, aanbod dat niet meegroeit
Van de Nederlandse 55-plussers vindt 79 procent het aanbod aan geschikte seniorenwoningen in de eigen regio onvoldoende. Wie eenmaal op de wachtlijst staat, wacht vaak jaren. 39 procent van de ingeschrevenen staat al langer dan vijf jaar te wachten op een passende woning. Toch overweegt 50 procent van de ondervraagden helemaal niet te verhuizen.
Dat is niet uit onverschilligheid, maar uit realisme. Slechts 24 procent beoordeelt de eigen woning nu als volledig geschikt om oud in te worden. Voor een grote groep ouderen is thuis blijven wonen dus geen vrije keuze, maar een gedwongen conclusie bij gebrek aan een reƫel alternatief.
Kritisch
Over de rol van de overheid zijn de ondervraagden ronduit kritisch. Bijna twee derde, 63 procent, voelt zich nauwelijks of helemaal niet gehoord als het gaat om woonproblemen voor ouderen. Slechts 7 procent ervaart zich volledig gehoord. Dat beeld past bij de lange wachtlijsten en een woningmarkt die voor ouderen weinig ruimte biedt.
Berust, maar niet zonder onrust
Opvallend genoeg maakt die situatie de meeste ouderen niet wakker van zorgen. 64 procent zegt weinig zorgen te hebben over de toekomstige woonsituatie. Bij doorvragen blijkt echter dat 40 procent in enige of sterke mate het gevoel heeft vast te zitten in de huidige woning. Die rust is voor een deel schijnrust: niet onbezorgd, maar berust.
Wie bepaalt uiteindelijk wanneer de woning wordt aangepast? De bewoner zelf, in 43 procent van de gevallen. De partner volgt met 23 procent, een val of gezondheidsprobleem met 15 procent. Kinderen, artsen en ergotherapeuten spelen slechts een marginale rol.
Dat sterke gevoel van eigen regie is op zichzelf positief, maar heeft ook een keerzijde: zolang de bewoner het moment nog niet rijp acht, komt er niets in beweging, ook niet als de wachtlijst intussen verder oploopt.
Bewust uitstel tot een medisch trigger
Verreweg de meeste belemmeringen die mensen noemen zijn niet praktisch van aard, maar psychologisch. De meest genoemde reden om nog niets aan de woning te doen: 34 procent wacht bewust tot aanpassing echt noodzakelijk is. Nog eens 29 procent vindt het simpelweg nog niet nodig. Samen beslaat dit ruim de helft van de respondenten die nog niet in actie zijn gekomen. Kosten vormen voor 18 procent een drempel, maar spelen voor de meerderheid geen rol. Slechts 5 procent geeft aan dat de woning zich er technisch niet voor leent.
Voor 53 procent van de respondenten is een concrete verandering in de gezondheid de trigger die hen uiteindelijk over de streep trekt. Een val, een diagnose of een ziekenhuisopname: pas dan wordt de knop omgezet. Dat is precies het moment waarop haast geboden is en rust ontbreekt, terwijl een weloverwogen keuze voor de juiste aanpassing nu juist tijd en orientatie vraagt.
Traplift blijft de populairste oplossing
Gevraagd welke aanpassingen zij al hebben gedaan of overwegen, noemt 77 procent een traplift. Dat is ruimschoots de populairste keuze, met een flinke voorsprong op beugels en handgrepen (46 procent) en het verwijderen van drempels (19 procent). Als gevraagd wordt welke aanpassing mensen als eerste zouden doen bij achteruitgaande mobiliteit, kiest 47 procent opnieuw voor een traplift. De op twee staande optie, verhuizen naar een gelijkvloerse woning, scoort 17 procent.
Een traplift maakt het mogelijk om alle verdiepingen van de eigen woning te blijven gebruiken en sluit daarmee het best aan bij de wens om thuis te blijven wonen. Het vertrouwen hierin is breed: 77 procent van de respondenten denkt dat woningaanpassingen hen in staat stellen langer zelfstandig thuis te wonen. Zolang de overheid geen antwoord biedt op de wachtlijsten, blijft dit voor veel ouderen de enige realistische stap.
Over het onderzoek
Het
Smienk trapliften Woononderzoek 2026 werd uitgevoerd in mei en juni
2026 via een online enquete onder 500 Nederlandse respondenten van 55
jaar en ouder. De steekproef is representatief naar leeftijdscategorie
(55 tot 80+), geslacht en provincie. In totaal werden 29 vragen gesteld
over woonsituatie, aanpassingen, verhuisgeneigdheid en
toekomstverwachting. Alle resultaten zijn beschikbaar via
https://www.smienktrapliften.nl/woononderzoek-2026/.